|
Een totaalplaatje is nodig voor haalbare doelen
'Het onbevangene van een demente patiënt, waardoor je vreselijk met elkaar kunt lachen.
Het succes dat je als multidisciplinair verpleeg- huisteam boekt als je met elkaar de juiste benaderingswijze voor een gedragsgestoorde patiënt hebt gevonden.
De vooruitgang die revalidanten in een schijnbaar uitzichtloze situatie boeken waardoor ze weer terug kunnen naar hun vertrouwde plek thuis of in het verzorgingshuis. Ik kan wel honderd voorbeelden noemen die mijn enthousiasme voor het vak verklaren', vertelt Adriënne de Jonghe, verpleeghuisarts in opleiding. In het laatste co-schap van de opleiding geneeskunde 'ontdekte' De Jonghe haar voorliefde voor het werken met oudere patiënten. Dit leidde tot haar keuze voor de, in haar geval deeltijd, opleiding tot verpleeghuisarts.
'Oudere patiënten vind ik de meest boeiende groep. Als verpleeghuisarts begeleid ik mensen in hun laatste levensfase. Deze 'end-of-life'-problematiek waar ik vaak mee te maken krijg is zeer divers en vaak complex van aard. De combinatie van zowel somatische als psychogeriatrische klachten, die meestal chronisch zijn, maken het vak van verpleeghuisarts zo interessant. Naast de eigen bewoners in het verpleeghuis heb je als verpleeghuisarts een aantal projecten 'buiten de deur' waarin je aanvullende verpleeghuiszorg geeft aan mensen thuis, in verzorgingshuizen of aan bewoners van gezinsvervangende tehuizen. Neem bijvoorbeeld mensen met het syndroom van Down, die op latere leeftijd Alzheimer ontwikkelen. Hierin ondersteunen wij de huisarts met specifieke verpleeghuisgeneeskundige kennis.'
'Tijdens de opleiding leren we om vanuit een functionele benadering naar de hele patiënt te kijken. Functioneel wil zeggen: gericht op de problemen in het dagelijks functioneren van de patiënt. Vanuit dit uitgangspunt, waarbij je dus kijkt naar de gevolgen van de ziekte, kun je vaak meer doen dan aan de ziekte zelf. Verpleeghuisartsen maken voor iedere patiënt een behandelplan op basis van de vijf SAMPC-aandachtsgebieden: somatisch, ADL (activiteiten dagelijks leven), maatschappelijk, psychisch en communicatie.
Wij beoordelen de situatie en de problematiek van patiënten op basis van al deze gegevens.'
De Jonghe geeft een voorbeeld hoe dit in zijn werk gaat. 'Stel dat een verpleeghuis een revalidant opneemt met een gebroken heup die lichamelijk gezien een goede kans heeft om volledig te herstellen. Deze meneer blijkt echter een gevorderde vorm van dementie te hebben waardoor hij niet in staat is om de instructies op te volgen en te onthouden. Verder blijkt zijn eveneens hoogbejaarde en niet al te gezonde echtgenote de zorg niet meer op zich te kunnen nemen. De inschatting is dat het uiteindelijk niet zal lukken deze man optimaal te revalideren en er zal een passende woonvorm voor hem gezocht moeten worden. Om voor een patiënt haalbare doelen te stellen, is het van groot belang een totaalplaatje te hebben van de patiënt.'
De Jonghe benadrukt dat de verpleeghuisarts het zorgplan niet alleen maakt. 'Een verpleeghuisarts werkt in een multidisciplinair team. Met zorgverleners uit de verschillende disciplines, verzorgenden, fysiotherapeuten, ergo-therapeuten en psychologen, stellen we de zorgplannen op.'
De Jonghe vindt het werken in een team prettig, maar onderkent ook het belang voor de patiënt. 'Zeker oudere patiënten die langdurig in een verzorgingshuis wonen, en er vaak ook overlijden, zijn gebaat bij een vast team zorgverleners. Op een gegeven moment leer je patiënten zo goed kennen dat aan kleine dingen soms merkbaar is dat er iets niet goed gaat. Zo werd ik laatst gebeld door een verzorgende die door een veranderde manier van lopen van een bewoonster het vermoeden had dat ze wellicht een blaasontsteking had. Na een urineonderzoek bleek dit inderdaad het geval te zijn. Als we zo met elkaar in staat zijn om onze patiënten zinvol en zo min mogelijk belastend te helpen, heb ik een voldaan gevoel.'
|